sinds 1829

Het koor Concerten Historie Steun ons koor Informatie
Posters Muziek archief

De vereniging Toonkunst is opgericht op 19 april 1829 op initiatief van A.C.G. Vermeulen, conrector van de Latijnse scholen te Rotterdam. De oprichting vond plaats te Amsterdam, waarbij verschillende vooraanstaande personen uit diverse steden aanwezig waren.

Op dat moment zagen verschillende afdelingen van de ’Maatschappij ter bevordering der Toonkunst’ het licht, waaronder onze Dordtse afdeling.

DE GESCHIEDENIS VAN TOONKUNST DORDRECHT

Over de beginperiode van het koor is weinig bekend. Waarschijnlijk waren W. Ochsendorff en daarna F. Böhme tot het midden van de negentiende eeuw de vaste dirigenten. Het is in ieder geval bekend dat laatstgenoemde samen met Henry Vink vaste dirigent was tussen 1869 en 1879.

De navolgende personen waren

dirigent van het koor:


Willem Kes (1879-1888)

Eduard Erdelmann (1888-1938)

Otto Glastra van Loon (1938-1940)

Henk Berghout (1940-1958)

Phons Dusch (1958-1969)

Jan van der Waart (1969-1971)

Bob Brouwer (1971-1977)

Gert Hubers (1977-1995)

Maarten Michielsen (v.a. 1995-2008)

Ries van der Zouwen (2008-2014)

Yvonne Peters (2014-heden)

Het koor heeft in de lange historie diverse mijlpalen gekend. Zo is Toonkunst ten tijde van Eduard Erdelmann uitgegroeid tot een vooraanstaande Oratoriumvereniging.

Grote werken die in die tijd werden uitgevoerd waren de Paulus en de Elias van Mendelssohn (1891), de Jahreszeiten van Haydn (1888) en Damnation de Faust van Berlioz (1905). Onder leiding van Erdelmann vond ook de eertse uitvoering in Dordrecht plaats van Bach’s Johannes Passion in 1915. Toonkunst’s eerste uitvoering van Händels Messiah werd in 1922 gegeven. Onder leiding van Henk Berghout werd door Toonkunst voor het eerst de Matthäus Passion van Bach uitgevoerd in 1952.

De Wilhelminakerk aan de Blekersdijk is vaak een belangrijke locatie geweest voor de concerten van Toonkunst.

De Duitse namen van dirigenten van Toonkunst in de negentiende- en begin twintigste eeuw laten zien dat het culturele leven in Nederland sterk beïnvloed werd door Duitsland en Duitstalige gebieden. We zien dat ook weerspiegeld in het repertoire, waarin bijna uitsluitend Duitstalige componisten worden uitgevoerd zoals Mendelssohn, Brahms, Beethoven, Schumann, Böhme enz. Na de tweede wereldoorlog komt daar geleidelijk aan een kentering in en komen we meer namen van componisten tegen als Purcell, Britten, Fauré, Resphighi en Franck.

In de keuze van werken is vanaf de jaren '90 een sterke voorkeur voor oude muziek terug te vinden. Zo werd in 1996 het tienstemmige Stabat Mater van D. Scarlatti uitgevoerd. Volgens recensie “bijkans onmogelijke opgave, waar het koor zich met ongekende inzet heeft vastgebeten”. Verder waren o.a. de mis in G van Schubert, het Requiem van Fauré, het Magnificat van J.S. Bach, Alexanders' Feast van Händel en de Johannespassion van J.S. Bach te horen. Naast een “groot werk” worden er jaarlijks ook een of meerdere kleine concerten georganiseerd; ook cantates van J.S. Bach.

Veel concerten zijn in het verleden ook gegeven in de Grote Kerk, waarvan het interieur een mooi decor vormt voor een succesvolle concertavond.